Opiniepoll

Denk je dat het Belgisch voorzitterschap van de EU, zal lijden onder de huidige regeringscrisis?

Ja
Nee
Weet het niet

Registreer mijn stem Bekijk de overige resultaten

Nieuwsbrief

Gelieve uw emailadres in te geven.

Evaluatie Zweeds voorzitterschap

  A+ A-

1) Inleiding

Zweden heeft zes bewogen maanden achter de rug. Het Zweedse voorzitterschap werd gekenmerkt door cruciale en zelfs historische momenten: de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, de klimaattop in Kopenhagen, de economische crisis … De Europese Parlementsleden en de commissievoorzitter José Barroso prezen het harde werk. Barroso voegde er aan toe dat van de elf voorzitterschappen waarmee hij te maken heeft gehad, Zweden zeker op een podium thuishoort.

2) Verdrag van Lissabon

Kroonjuweel van het Zweedse voorzitterschap was de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Nochtans verliep de goedkeuring niet van een leien dakje. Volgens de Zweedse premier Reinfeldt was de houding van de Tsjechische president Klaus tegen het Verdrag één van de moeilijkste kwesties tijdens het voorzitterschap. Toen hij uiteindelijk zijn bezwaren in november introk, kon het Verdrag op 1 december 2009 in werking treden.
Daardoor moesten de Zweden ook de benoemingen van een groot aantal topfuncties in Brussel coördineren: de vaste voorzitter van de Europese Raad (= “EU-president”), de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands- en veiligheidsbeleid en de commissarissen van de Europese Commissie.

3) Klimaat

Tijdens het voorzitterschap vond de klimaattop in Kopenhagen plaats. De uitkomst, een niet-bindend akkoord, was minder ambitieus dan de EU gehoopt had. Het meest tastbare resultaat is de belofte dat er financiële steun voor de arme landen komt, zodat ze op korte termijn maatregelen kunnen nemen tegen de gevolgen van de opwarming van de aarde. De volgende 3 jaar zal de EU 7,3 miljard euro geven. Op lange termijn komt er meer geld vrij.
Zweden slaagde er pas op de valreep in een Europees akkoord hierover te bereiken. De lidstaten waren het onderling niet eens over de bijdrage die elk Europees land zou moeten betalen. Pas op de Europese top van 9 december 2009 werd er een Europese verdeelsleutel afgesproken. Waar dit geld vandaan zou komen was moeilijker te bepalen. Polen en andere Centraal- en Oost-Europese landen willen de opbrengsten van de verkoop van emissierechten hiervoor gebruiken. Andere lidstaten zullen het geld halen uit hun voorziene budgetten voor ontwikkelingshulp.
De EU had de ambitie de reductie van CO2-uitstoot met 20% tegen 2020 (t.o.v. 1990) op te trekken naar 30% indien ander westerse landen zich ook zouden engageren. Tijdens de top viel het Europees standpunt uiteen wanneer Polen verklaarde dat deze ambities niet haalbaar waren. Hier is nog steeds geen eensgezindheid over.

4) Economische crisis

Zweden richtte de “European Systemic Risk Board” op, een instelling die over het financiële systeem in de EU moet waken. Daarmee kwam de voorzitter tegemoet aan het belangrijkste punt in de aanpak van de EU tegen de crisis.
Daarnaast werden drie instellingen (de “European Supervisory Agencies”) in het leven geroepen die specifiek het bank- en verzekeringswezen in de gaten moeten houden. Verder werkte Zweden ook modellen - de zogenaamde “exit strategies” - voor de lidstaten uit om weer gezonde overheidsfinanciën te krijgen. De begrotingstekorten van vele lidstaten zijn enorm opgelopen door alle nationale maatregen om de groei te stimuleren en banken te redden.