Grundtvig leerpartnerschappen
Organisaties van de volwasseneneducatie kunnen een Grundtvig Leerpartnerschap uitwerken met de bedoeling ervaringen en informatie uit te wisselen met partner organisaties uit andere Europese landen.Wat?
Minstens drie organisaties van de volwasseneneducatie uit minstens drie verschillende Europese landen werken samen rond een bepaald thema. Ze wisselen ervaringen en informatie uit. De focus ligt op het proces.
Voor wie?
Grundtvig is bedoeld voor organisaties van het volwassenenonderwijs:
- binnen het formele leersysteem: scholen, universiteiten en andere instellingen die cursussen aanbieden die leiden tot een officieel erkend diploma
- binnen het niet-formele systeem: volkshogescholen, verenigingen, ondernemingen, ziekenhuizen, gevangenissen, enz.
- binnen het informeel onderwijs: CVO's, musea, bibliotheken, vakbonden, enz.
Met wie?
Het partnerschap wordt afgesloten tussen minimum drie organisaties van de volwasseneneducatie uit de landen van de EU, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, Zwitserland, Kroatië enTurkije.
Hoe lang?
De leerpartnerschapsprojecten duren twee jaar.
Beurs?
Het bedrag van de subsidie hangt af van het aantal mobiliteiten (= aantal docenten of lerenden dat naar het buitenland reist voor een projectmeeting) tijdens het project. Voor 2012 zien de beurzen er als volgt uit:
- minstens 4 mobiliteiten: een forfaitaire subsidie van 7.000 euro.
- minstens 8 mobiliteiten: een forfaitaire subsidie van 11.000 euro.
- minstens 12 mobiliteiten: een forfaitaire subsidie van 15.000 euro.
- minstens 24 mobiliteiten: een forfaitaire subsidie van 20.000 euro.
Vooraleer de aanvraag effectief ingediend wordt, kunt u een voorbereidend bezoek brengen aan uw partners. Hiervoor ontvang je de nodige subsidies.
Indienen?Elke partner dient een (gezamenlijk opgemaakte) aanvraag in tegen 21 februari bij het Nationaal Agentschap om in het volgende schooljaar van start te gaan.
Meer info?
www.epos-vlaanderen.be/?CategoryID=206&ArticleID=117




