logo

Het Europluspact

Tijdens de top van 24 en 25 maart 2011 keurden de staats – en regeringsleiders het Europluspact goed. Hiermee engageren ze zich de economische samenwerking in Europa sterker te maken om Griekse tragedies in de toekomst te vermijden.

Auteur: Pieter Rondelez, vrijwilliger bij Ryckevelde. Laatst bijgewerkt op 22/01/2011

1. Situering. 

1.1. Prijsstabiliteit en stabiele munt.

In het Verdrag van Maastricht werd een Economische en Monetaire Unie (EMU) met een Europese Centrale Bank opgericht (ECB). Elke EU lidstaat is lid van de EMU, maar niet elke lidstaat heeft al de euro ingevoerd . 

Binnen de EMU wordt gestreefd naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden. De landen van de Europese Unie stemmen hun economische politiek op elkaar af. 

In juni 1997 namen ze een nieuwe stap met het Groei – en Stabiliteitspact. Dit pact stelt dat het begrotingstekort nooit boven de drie procent van het BBP mag komen en de staatsschuld niet meer dan 60 procent van het BBP mag bedragen. 

De reden waarom deze criteria werden ingevoerd is om de doelstelling van de EMU en ECB te kunnen bereiken. De belangrijkste doelstelling van de ECB (en van de EMU) is het handhaven van prijsstabiliteit (= tegengaan van inflatie en deflatie) en een stabiele munt. Een hogere overheidsschuld en -deficit brengen dit in gevaar.

1.2. Van een financieel – economische crisis tot een schuldencrisis.

In december 2007 ontstond er in de VS een financiële crisis. Door de sterke verbondenheid tussen de internationale financiële markten, raakten ook banken in Europa en Azië in financiële moeilijkheden.

De beurskoersen kelderden met ongekende snelheid en door de problemen bij de banken kwam ook het bedrijfsleven in de problemen. Bedrijven konden geen kredieten meer krijgen en het vertrouwen in de economie daalde: de financiële sector trok de reële sector in haar val mee en er was sprake van een ernstige recessie.

Door de economische recessie hebben veel EU-lidstaten hun overheidstekorten de laatste jaren zeer sterk zien groeien, tot ver boven de grenzen die in de Europese begrotingsregels zijn afgesproken. 

Toen de problemen in Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland zichtbaar werden, daalde de waarde van de euro. Beleggen in staatsobligaties van de landen in financiële problemen werd minder aantrekkelijk, omdat de kans toenam dat deze landen hun leningen niet meer kunnen terugbetalen. Op de financiële markten nam daardoor ook het vertrouwen in de euro af.

Omdat Griekenland en Ierland geen leningen meer konden afsluiten op de kapitaalmarkt moest het IMF en de andere Europese landen borg staan voor deze twee landen. De situatie was op dat moment zo precair dat Europa in mei 2010 besliste om een tijdelijk noodfonds ( European Financial Stability Facility) op te richten. Hiermee wou het eurolanden met financiële problemen bijstaan en de stabiliteit van de euro waarborgen. Dit tijdelijke fonds loopt tot 2013. 
 

2.Van het Plan Merkel tot het Europact.

Op een top in december 2010 besloten de Europese regeringsleiders om een permanent noodfonds op te richten (ESM) om de financiële stabiliteit op lange termijn van de lidstaten te kunnen garanderen.Dit fonds moet vanaf midden 2013 voorkomen dat landen met financiële problemen de euro verzwakken. 

De hulp kan volgens de nieuwe afspraken alleen worden toegepast als het echt noodzakelijk is voor de stabiliteit van de hele eurozone. 
De hulp is aan strikte eisen gebonden. Landen die een lening ontvangen moeten op korte termijn hun financiën weer op orde krijgen. Het was vooral Angela Merkel die hier op hamerde. 

Duitsland zou pas instemmen met Europese noodfonds (waar zij met het meeste geld over de brug zou moeten komen) wanneer de schuldencrisis structureel zou worden aangepakt.
Net voor de Europese Raad van 4 februari 2011 werd er een document gelekt waarin Merkel drastische maatregelen voorstelde (vooral voor landen die diep in de schulden zitten) om de concurrentiekracht van de eurozone te verhogen (zie tabel). 

Maar het voorstel lag al snel onder vuur door land die vasthouden aan het sociale Rijnland – model, zoals België of Luxemburg. In werkelijkheid hadden bepaalde landen het moeilijk met de manier waarop het Frans – Duitse directorium met de voorstellen op de proppen kwam. Ze waren het er wel allemaal over eens dat er maatregelen moesten genomen worden om het concurrentievermogen van de Unie te versterken.

De plannen van Merkel en Sarkozy kwamen concreet op het volgende neer:

  • het afschaffen van automatische aanpassing van salarissen aan inflatie (indexering)
  • onderlinge erkenning van diploma's, zodat EU-burgers gemakkelijk in andere lidstaten kunnen werken
  • coördinatie van de hoogte van vennootschapsbelastingen tussen de EU-landen
  • een betere afstemming van de Europese pensioenstelsels op de veranderende samenstelling van de Europese bevolking (vergrijzing)
  • EU-landen verplicht stellen om bepalingen over een maximale hoogte van de staatsschuld in hun grondwet op te nemen
  • EU-landen verplichten om een 'financieel rampenplan' op te stellen, waarmee in problemen verkerende banken kunnen worden geholpen.

Nadat het ballonnetje was opgelaten vroegen Merkel en Sarkozy aan Van Rompuy om het plan samen met de Europese Commissie uit te werken en op de agenda te zetten van de Europese top van 24 en 25 maart 2011. 
Op 28 februari hebben Barroso en Van Rompuy een voorstel gepresenteerd dat in de wandelgangen de naam ‘Concurrentiepact’ kreeg, maar onder de 27 lidstaten werd aanvankelijk nog verdeeld gereageerd op de voorstellen van Barroso en Van Rompuy.

De Verdeeldheid bleek in de aanloop naar de EU – top van 24 en 25 maart zelfs zo groot, dat er op 4 maart twee afzonderlijke vergaderingen hebben plaatsgevonden van twee groepen EU – lidstaten:
In Helsinki kwamen Europese centrum-rechtste politici samen om over het voorstel te praten, maar concrete afspraken bleven uit. Op hetzelfde moment vond in Athene een bijeenkomst van Europese sociaaldemocraten plaats. Zij kwamen met een alternatief voor het ‘Concurrentiepact’, namelijk het ‘Groeipact’. De kern van dit alternatieve plan is het invoeren van een Europese belasting op financiële transacties. De opbrengst hiervan kan vervolgens worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van ‘groene’ technologie en infrastructuur. 

Uiteindelijk werd op de eurotop van 11 maart 2011 door de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone het pact aangenomen, onder de aangepaste naam ‘Europact’. Het Europact is op het eerste zicht een stevig verwaterde versie van het oorspronkelijke ‘Pact for Competitiveness waarmee Merkel de Europese Raad had verrast. 

In tegenstelling tot het voorstel van Merkel bevat het europact geen concrete maatregelen maar slechts algemene doelstellingen:
het stimuleren van concurrentievermogen en werkgelegenheid, het bevorderen van duurzame overheidsfinanciën en het versterken van financiële stabiliteit. 
Het wordt aan de lidstaten zelf overgelaten hoe ze deze doelstellingen bereiken. 

De methode van het Europact is dezelfde gebleven als die van het oorspronkelijke voorstel Merkel. De staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten doen elkaar toegevingen over nationale maatregelen om de doelstellingen van het pact te verwezenlijken.

Jaarlijks komt deze ‘economische regering’ bijeen om de verwezenlijking en voortgang te bespreken. De naleving van het europact is daarmee, zoals Herman van Rompuy het al omschreef, gebaseerd op peer pressure of groepsdruk. (= open – coördinatiemethode).

Deze methode lijkt sterk op de coördinatiemethode die gebruikt werd voor de – niet bijzonder geslaagde – Lissabon strategie uit 2000. Hiermee gelooft men dat door een openbare ranking en vergelijking de landen onder druk staan beter te presteren en dat sancties niet nodig zijn. Dit werd onder vuur genomen in een gezamenlijk opiniestuk van Verhofstadt, Delors en Prodi waarin men stelt dat deze methode niet werkt, maar over de inhoud van het voorstel is men het wel eens. 

Uiteindelijk zouden op de Europese Top van 24 en 25 maart 23 landen zich achter het europact scharen: de zeventien eurolanden en zes niet – eurolanden. Het Europact wordt daarom voortaan het ‘europluspact’genoemd. Op 19 en 20 april debatteerde de Commissie Economische en Monetaire zaken van het Europees Parlement over het plan. Met een uiterst nipte meerderheid ging de commissie akkoord. In juni zal de Raad van Ministers stemmen over dit pakket. 
 

3. Bronnen

http://www.europa-nu.nl/id/vhwohwhltpgo/economisch_en_monetair_beleid
http://www.europa-nu.nl/id/vh7doublkozq/stabiliteits_en_groeipact
http://www.europa-nu.nl/id/vhrtcvh0wnip/economische_crisis
http://www.europa-nu.nl/id/vifhdvtmvdxg/eurocrisis_door_begrotingstekort_en
http://www.europa-nu.nl/id/vio0i2fa2iww/europees_stabiliteitsmechanisme_esm
http://www.europa-nu.nl/id/vifhdvtmvdxg/eurocrisis_door_begrotingstekort_en
http://www.europa-nu.nl/id/vio0i2fa2iww/europees_stabiliteitsmechanisme_esm
http://www.europa-nu.nl/id/vhrtcvh0wnip/economische_crisis
http://www.tijd.be/nieuws/politiek_-_economie_europa/Berlijn_wil_-Competitiviteitspact-.9015383-3140.art?ckc=1
http://www.vleva.be/het-competitiviteitspact-komt-er-aan
http://www.europa-nu.nl/id/vinfcxx6ncs3/euro_pluspact_plannen_voor_betere
http://www.montesquieu-institute.eu/9353000/1/j9vvhfxcd6p0lcl/vioievj5u5lg?ctx=vhxgpc5fb7yk
Opiniestuk Verhofstadt, Delors, Prodi.
http://www.ft.com/cms/s/0/3f8fc472-450a-11e0-80e7-00144feab49a.html#ixzz1NqsIz9Wg
http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/nieuws/europa/zes-niet-eurolanden-scharen-zich-achter-europact/article-1194977122663.htm
http://www.europa-nu.nl/id/vinfcxx6ncs3/euro_pluspact_plannen_voor_betere